Pensioensparen kan op lange termijn tienduizenden euro’s opleveren, maar het uiteindelijke bedrag hangt sterk af van hoeveel je stort, hoe lang je spaart, het behaalde rendement en de kosten van het product.
Wie in 2026 jaarlijks €1.050 stort en dat dertig jaar volhoudt, kan bij een gemiddeld rendement van 4% uitkomen op ongeveer €58.900 vóór de eindbelasting. Bij een gemiddeld rendement van 2% is dat ongeveer €42.600 en bij 6% ongeveer €83.000.
Die bedragen zijn simulaties, geen garanties. Vooral bij een pensioenspaarfonds of een tak 23-verzekering kan de waarde tussentijds stijgen en dalen. Een tak 21-verzekering biedt meer zekerheid door een gewaarborgd rendement, eventueel aangevuld met een winstdeelname, maar heeft doorgaans een beperkter opbrengstpotentieel.

Waaruit bestaat de opbrengst van pensioensparen?
De werkelijke opbrengst bestaat uit meer dan alleen de winst van het fonds of de verzekering. Vier elementen bepalen hoeveel je uiteindelijk overhoudt:
- Je eigen stortingen
- Het behaalde rendement
- De jaarlijkse belastingvermindering
- De kosten en eindbelasting
Het belastingvoordeel ontvang je via je belastingaangifte. Het wordt dus niet rechtstreeks toegevoegd aan je pensioenspaarpot. Je kunt het ontvangen voordeel natuurlijk opnieuw sparen of beleggen.
Doe je dat niet, dan blijft het belastingvoordeel een verlaging van de werkelijke kost van je pensioensparen.
Hoeveel mag je in 2026 storten?
In 2026 bestaan twee fiscale plafonds voor pensioensparen.
Stort je maximaal €1.050, dan krijg je een belastingvermindering van 30% op het gestorte bedrag. Bij de maximale storting levert dat €315 belastingvermindering op.
Wie meer dan €1.050 en maximaal €1.350 stort, valt voor de volledige storting terug op een belastingvermindering van 25%. Bij een storting van €1.350 bedraagt het fiscale voordeel €337,50.
Het hogere plafond wordt fiscaal pas gunstiger wanneer je meer dan €1.260 stort. Wie bijvoorbeeld €1.200 stort, ontvangt 25% of €300 belastingvermindering. Dat is minder dan de €315 die je krijgt bij een storting van €1.050. De keuze voor het hogere plafond moet daarom bewust gebeuren.
Wat kost pensioensparen werkelijk?
Stort je €1.050 en kun je de belastingvermindering volledig benutten, dan bedraagt je nettokost na het fiscale voordeel theoretisch €735:
€1.050 storting – €315 belastingvermindering = €735 nettokost
Bij een storting van €1.350 bedraagt de nettokost €1.012,50:
€1.350 storting – €337,50 belastingvermindering = €1.012,50 nettokost
In het eerste voorbeeld bouw je dus €1.050 pensioenvermogen op voor een nettokost van €735.
Je moet wel voldoende personenbelasting verschuldigd zijn om de belastingvermindering volledig te kunnen benutten. Partners die samen worden belast, kunnen elk afzonderlijk van de vermindering genieten wanneer ze allebei een pensioenspaarcontract op hun eigen naam hebben.
Voorbeeld: €1.050 per jaar gedurende 30 jaar
Onderstaande simulatie gaat uit van een storting op het einde van ieder jaar en een constant gemiddeld jaarlijks rendement na lopende kosten. Eventuele instapkosten en de eindbelasting zijn nog niet afgetrokken.
Bij 2% gemiddeld rendement
- Totaal gestort: €31.500
- Geschat kapitaal: ongeveer €42.600
- Groei boven de stortingen: ongeveer €11.100
Bij 4% gemiddeld rendement
- Totaal gestort: €31.500
- Geschat kapitaal: ongeveer €58.900
- Groei boven de stortingen: ongeveer €27.400
Bij 6% gemiddeld rendement
- Totaal gestort: €31.500
- Geschat kapitaal: ongeveer €83.000
- Groei boven de stortingen: ongeveer €51.500
Bij een jaarlijkse belastingvermindering van €315 ontvang je over dertig jaar bovendien maximaal €9.450 aan fiscale voordelen. Dat veronderstelt wel dat de fiscale regels, plafonds en je persoonlijke situatie gedurende die volledige periode ongewijzigd blijven.
Waarom maakt de looptijd zoveel verschil?
Pensioensparen profiteert van samengestelde groei. Niet alleen je stortingen kunnen rendement opleveren, maar ook de opbrengsten die je in eerdere jaren hebt opgebouwd.
Bij een jaarlijkse storting van €1.050 en een gemiddeld rendement van 4% bedraagt het geschatte kapitaal:
- na 10 jaar: ongeveer €12.600;
- na 20 jaar: ongeveer €31.300;
- na 30 jaar: ongeveer €58.900.
De tweede periode van tien jaar voegt meer vermogen toe dan de eerste periode. De derde periode levert opnieuw aanzienlijk meer groei op.
Vroeg beginnen kan daardoor belangrijker zijn dan op latere leeftijd een veel hoger bedrag proberen in te halen.
Pensioenspaarfonds of pensioenspaarverzekering?
Bij een pensioenspaarfonds wordt je geld belegd in onder meer aandelen en obligaties. Er bestaat geen gegarandeerd rendement. Het mogelijke langetermijnrendement kan hoger liggen, maar je loopt ook meer risico op waardeschommelingen.
Bij een pensioenspaarverzekering kun je kiezen voor tak 21, tak 23 of soms een combinatie.
Een tak 21-verzekering biedt een gewaarborgd rendement en mogelijk een jaarlijkse winstdeelname. Een tak 23-verzekering volgt de waarde van onderliggende beleggingen en biedt geen kapitaal- of rendementsgarantie.
Welke formule geschikt is, hangt onder meer af van:
- je resterende looptijd;
- je risicobereidheid;
- je behoefte aan zekerheid;
- de verdeling van de beleggingen;
- de kosten van het product.
Kijk daarom niet alleen naar historische rendementen. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor toekomstige resultaten.
De impact van kosten
Instapkosten, beheerkosten en eventuele verzekeringskosten verminderen het bedrag dat werkelijk wordt belegd en het rendement dat kan kapitaliseren.
Een verschil van zelfs één procentpunt per jaar kan over twintig of dertig jaar duizenden euro’s verschil veroorzaken.
Vergelijk daarom minstens:
- instapkosten op iedere storting;
- jaarlijkse beheers- of fondskosten;
- eventuele uitstapkosten;
- kosten voor aanvullende verzekeringsdekkingen;
- het historische rendement na kosten.
De FSMA benadrukt dat kosten een belangrijke impact kunnen hebben op het uiteindelijke aanvullende pensioen. De toezichthouder heeft daarom een specifieke kostentool ontwikkeld waarmee verschillende pensioenproducten kunnen worden vergeleken.
Welke belasting betaal je op het einde?
Pensioensparen wordt in de meeste gevallen belast via een anticipatieve heffing van 8% op de leeftijd van 60 jaar. Heb je het contract pas na je 55ste afgesloten, dan wordt de heffing doorgaans toegepast op de tiende verjaardag van het contract.
De precieze berekeningsbasis verschilt naargelang het soort product. De eindheffing is daarom niet altijd eenvoudigweg gelijk aan 8% van de actuele rekeningwaarde.
Na de anticipatieve heffing kun je in veel gevallen nog fiscaal voordelig blijven storten tot en met 31 december van het jaar waarin je 64 wordt. Op die latere stortingen wordt dezelfde anticipatieve heffing niet opnieuw toegepast.
Een vervroegde opname vóór de normale fiscale einddatum kan daarentegen zwaar worden belast. Pensioensparen is daarom vooral geschikt voor geld dat je gedurende een lange periode kunt missen.
Bereken je persoonlijke opbrengst
Een algemene voorbeeldberekening zegt weinig over jouw exacte situatie. Met de FinMeter-tool Pensioensparen simuleren kun je zelf je jaarlijkse of maandelijkse storting, leeftijd, resterende looptijd en verwachte rendement aanpassen.
Maak bij voorkeur verschillende scenario’s:
- een voorzichtig scenario met 2% rendement;
- een gemiddeld scenario met 4% rendement;
- een optimistisch scenario met 6% rendement.
Controleer daarnaast hoeveel verschil de kosten en de gekozen looptijd maken. Zo krijg je geen enkel voorspeld eindbedrag, maar een realistische bandbreedte voor je mogelijke eindkapitaal.
Pensioensparen kan door het jaarlijkse belastingvoordeel interessant zijn, maar je geld is minder flexibel beschikbaar dan op een gewone spaar- of beleggingsrekening. Vergelijk daarom altijd het potentiële rendement, de kosten, risico’s, fiscale voordelen en voorwaarden bij een vervroegde opname.
Hoeveel kan jouw pensioensparen opbrengen?
Bereken je mogelijke eindkapitaal op basis van je leeftijd, storting, looptijd en verwacht rendement. Vergelijk verschillende scenario’s en ontdek hoeveel verschil vroeger beginnen kan maken.

