Een spaarrekening met 2,50% rente kan netto minder opbrengen dan een rekening met 2%. Het verschil zit in de belasting én in de voorwaarden om de rente te krijgen. Kijk daarom bij een gereglementeerde of niet-gereglementeerde spaarrekening naar wat je over jouw spaarperiode werkelijk overhoudt.
Met dezelfde € 25.000 vergelijken we hieronder drie fictieve rekeningen. Daarna bekijken we wat verandert wanneer je het geld al na zes maanden opneemt.
Wat is het verschil tussen beide spaarrekeningen?
Een gereglementeerde spaarrekening voldoet aan wettelijke voorwaarden voor een fiscaal voordeel. De rente bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie. Een niet-gereglementeerde spaarrekening valt buiten dat gunstige fiscale regime. Het woord “niet-gereglementeerd” betekent dus niet dat de bank zonder toezicht werkt.
| Kenmerk | Gereglementeerd | Niet-gereglementeerd |
|---|---|---|
| Renteopbouw | Basisrente + getrouwheidspremie | Volgens de productvoorwaarden; vaak één rentevoet |
| Belasting | Vrijstelling; daarna 15% op het overschot | Standaard 30% vanaf de eerste euro rente |
| Tijd telt mee | Getrouwheidspremie na 12 opeenvolgende maanden per storting | Controleer de rente- en opnamevoorwaarden |
Voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027, is de eerste € 1.020 rente per belastingplichtige op gereglementeerde spaarrekeningen vrijgesteld. Die grens geldt voor je betrokken rekeningen samen, ook bij verschillende banken. Het is geen nieuwe vrijstelling per rekening.
Rekenvoorbeeld: € 25.000 gedurende twaalf maanden
We nemen drie fictieve aanbiedingen. Rekening A geeft 1% basisrente en 1% getrouwheidspremie. B en C zijn niet-gereglementeerd en bieden respectievelijk 2,50% en 3% bruto per jaar.
We veronderstellen constante rentes, geen kosten of tussentijdse verrichtingen, geen rente op rente en toepassing van de rente op de volledige € 25.000. Voor A blijft voldoende fiscale vrijstelling beschikbaar in het jaar waarin de rente wordt toegekend. We rekenen met de fiscale regels voor 2026.
| Rekening | Brutorente per jaar | Bruto-opbrengst | Netto-opbrengst |
|---|---|---|---|
| A — gereglementeerd | 2%: 1% + 1% | € 500 | € 500 |
| B — niet-gereglementeerd | 2,50% | € 625 | € 437,50 |
| C — niet-gereglementeerd | 3% | € 750 | € 525 |
Rekening B adverteert met een hogere rente dan A, maar brengt € 62,50 minder netto op. Rekening C houdt na 30% belasting wel meer over: € 25 extra tegenover A.
Bij A moet de volledige storting twaalf opeenvolgende maanden blijven staan om de premie te verwerven. Verworven betekent niet meteen uitbetaald: de premie volgt op de eerste dag van het volgende kwartaal. De tabel vergelijkt de opgebouwde opbrengst, niet het saldo op één betaaldatum.
Hoeveel brutorente heb je nodig om hetzelfde over te houden?
Bij een niet-gereglementeerde rekening met 30% belasting blijft 70% van de brutorente over:
Nettorente = brutorente × 0,70
Om een volledig belastingvrije opbrengst van 2% te evenaren, is dus ongeveer 2,86% bruto nodig: 2% ÷ 0,70. Deze vuistregel werkt alleen bij dezelfde looptijd, zonder kosten en met vergelijkbare rentevoorwaarden. Is je vrijstelling al opgebruikt, vertrek dan van de werkelijke netto-opbrengst van de gereglementeerde rekening.
Wat als je het geld na zes maanden nodig hebt?
Neem opnieuw A en B. Je stort één keer € 25.000 en neemt het volledige bedrag na zes maanden op. Op A is voor deze storting nog geen getrouwheidspremie verworven. Je houdt alleen de opgebouwde basisrente over.
- Rekening A: € 25.000 × 1% × ½ = ongeveer € 125 netto, bij voldoende vrijstelling.
- Rekening B: € 25.000 × 2,50% × ½ × 0,70 = ongeveer € 218,75 netto.
In dit vereenvoudigde halfjaarvoorbeeld wint B met € 93,75. De precieze opbrengst hangt onder meer af van de dagentelling en eventuele rentewijzigingen. Controleer bij B ook of de voorwaarden deze opname toelaten zonder opbrengstverlies of kosten.
Voor geld dat je binnenkort nodig hebt, kan de basisrente dus zwaarder doorwegen dan de totale jaarrente. Lees ook hoe basisrente en getrouwheidspremie werken.
Wat verandert als je boven de vrijstelling komt?
Ontvang je in 2026 in totaal € 2.000 rente op gereglementeerde spaarrekeningen, dan is € 980 belastbaar. Bij 15% belasting is dat € 147, waardoor je € 1.853 netto overhoudt. Deze berekening veronderstelt dat de volledige persoonlijke vrijstelling beschikbaar is.
Tel rente bij verschillende banken samen. Hebben banken daardoor te weinig ingehouden, dan moet je het nog niet belaste, belastbare deel aangeven. Controleer bij een buitenlandse bank of Belgische belasting wordt ingehouden; zo niet, moet je belastbare rente doorgaans zelf aangeven.
Is niet-gereglementeerd minder veilig?
Het fiscale label bepaalt de depositobescherming niet. Voor gedekte bankdeposito’s bedraagt de standaardbescherming € 100.000 per persoon per instelling, inclusief opgebouwde rente en over je rekeningen samen. Controleer de juridische bank en het toepasselijke garantiestelsel in de informatie over depositobescherming. Verschillende merknamen kunnen onder dezelfde instelling vallen.
Zo kies je op basis van je eigen situatie
- Bepaal je termijn: blijft elke storting twaalf maanden staan, of verwacht je opnames?
- Bereken netto: gebruik je resterende vrijstelling en trek eventuele kosten af.
- Controleer de voorwaarden: geldt het tarief voor je volledige saldo, hoelang loopt een promotie en zijn er stortingslimieten?
- Controleer de bescherming: kijk naar de bank achter het product en het garantiestelsel.
Kies de rekening die voor jouw bedrag en verwachte opnamemoment het meeste netto oplevert. Een extra procentpunt op een advertentie vertelt slechts een deel van dat verhaal.

